Wachten tot het leuk wordt

Wachten tot het leuk wordt

 

Door: Marjolein Hamer

 

Vind je jezelf wel eens terug, balend van hoe de dingen gaan, geen zin in werk, geen zin in je relatie, opziend tegen thuiskomen na je werk, omdat je je kinderen te druk vindt of omdat je juist geen zin hebt in een leeg huis….

Heb je ook geen zin in sporten, boodschappen doen of je administratie?

Wat gebeurt er dan? Trek je je terug? Haak je mentaal af ? Ben je er fysiek wel, maar verder niet aanwezig en hoop je, wacht je tot het beter wordt.

Dan ben je ongemerkt re-actief geworden; Je hebt het stuur niet meer in handen en wacht op de Voorzienigheid of zoiets als een Wonder.

De ellende is dat het niet makkelijk blijkt uit deze wachtstand te raken. Als je eenmaal hebt besloten dat het niet leuk meer is, zie je dat de hele tijd bevestigd.
Je gaat naar je werk en denkt: “ik hoop dat het meevalt vandaag” .

Daarmee geef je het meteen uit handen, alsof jijzelf daar geen enkele invloed op hebt. Dan kom je op je werk en jaaaa hoor, de vergadering begint weer te laat en loopt natuurlijk weer uit, de collega die altijd hele verhalen verteld, zit weer op de praatstoel, het internet is weer traag, je vindt je collega’s luidruchtig…enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Of

Je komt thuis. Het is er een zooi. Je partner zit wat teneergeslagen op de bank. Moe van een dag met kinderen en regelzaken en zegt dat jij vanavond maar moet koken……

Zie je wel? Niet leuk! Vreeslijk eigenlijk! Dat jij dit allemaal moet meemaken. Zucht…..

Wat nu?

Als je hier bent beland, is het zaak zelf weer stuur te nemen. Te weten en te voelen dat jij zelf invloed hebt op je situatie. Op het moment dat je niks investeert, niks geeft, blijft oordelen en maar blijft wachten en hopen, gaat het niet beter worden.

Dat is ongeveer hetzelfde als een plant geen water geven en het dan stom vinden dat-ie dood gaat.
Wil je dat die plant gaat bloeien, de beste versie van zichzelf gaat worden, moet je je erin verdiepen. Uitzoeken wat die plant nodig heeft aan licht, grondsoort, water en evt. mest en dan met toewijding de plant verzorgen. Dat betekent op tijd water geven, bemesten, evt. binnen zetten in de winter of toedekken.

Zo is het ook met een relatie, gezin, vriendschap of werk. Je moet er niet vanaf bewegen, maar juist naartoe. Als je het ergens niet meer naar je zin hebt, vraagt dit verdieping in jezelf, in de situatie en vervolgens zelf stappen zetten die jou helpen om je weer te verbinden.

Vind je dat de energie uit je relatie is, verdiep je in de ander, bedenk wat je zelf leuk vindt en neem initiatief. Bedenk iets. Zet iets in gang, zonder hier dwingend in te zijn. Reik uit, maar in vrijheid.

Zo ook in werk. Bedenk waarmee je je wel kunt verbinden. Organiseer iets nieuws waar jij zin in hebt. Dwing jezelf na te denken over positieve eigenschappen van collega’s en voel de vrijheid iets nieuws in gang te zetten.

Benedictus bedacht dit al in de 6e eeuw toen hij zijn Regel schreef voor kloosterordes.
Een monnik legt bij toetreden tot het klooster drie geloftes af.  Een daarvan is de gelofte van Stabilitas; de gelofte te blijven bij waar je je aan verbonden hebt. In een klooster is het leven, net als in onze levens, ook niet altijd gloedvol en begeesterd. Als je het aan kloosterlingen vraagt, kennen ze bijna allemaal ook periodes van twijfel, van een gevoel te leven op kale grond of zonder bezieling.

Deze gelofte helpt dan te blijven zoeken naar hoe weer aan te haken, hoe er weer voor te zorgen dat de grond weer vruchtbaar wordt, dat er weer een gevoelen is van begeestering en verbinding.

Meer hierover in de online cursus op Benedictime.com

Benedictijns leven